Kindermishandeling en huiselijk geweld

Meldcode

Conform de regelgeving heeft Plukkebol een meldcode die aangeeft hoe om te gaan met signalen die kunnen duiden op kindermishandeling. Onder kindermishandeling verstaan wij alle vormen van geestelijk, lichamelijk en seksueel geweld tegen kinderen, het nalaten van zorg en aandacht. In gevallen dat een kind getuige is van huiselijk geweld is er indirect sprake van geweld tegen een kind. Het kan gaan om ouders, pedagogisch medewerkers of andere mensen in de omgeving van een kind.

Aandachtsfunctionaris kindermishandeling

In Plukkebol fungeren de locatiehoofden als aandachtsfunctionaris kindermishandeling. Zij zijn het aanspreekpunt voor ouders, medewerkers en hulpverleners.

Hulp inschakelen

Opvoeden is soms een lastige klus en ongewild kunnen de omstandigheden bijdragen aan een niet wenselijke opvoedsituatie. Mochten er opvoed- of andere problemen in een gezin plaatsvinden dan heeft dit soms negatieve effecten op kinderen. In gezinnen waar de problemen groot zijn, kunnen zich zaken voordoen die aangemerkt kunnen worden als kindermishandeling. Dit gebeurt vaak uit onmacht of uit een andere problematiek. Iets hoeft natuurlijk niet gelijk mishandeling te zijn, maar kan toch een ongunstig effect hebben. In beide gevallen is het van belang dat ouders hulp inschakelen. Dit kan een lastige stap zijn. Onze locatiehoofden zijn hier voor beschikbaar. Zij kunnen naar jou luisteren, adviseren en zo nodig verwijzen.

Zodra er vanuit Plukkebol zorg is over jouw kind zal het locatiehoofd met ouders in gesprek gaan. Kinderen bevinden zich in een kwetsbare positie en ouders vertrouwen de zorg van hun kinderen toe aan Plukkebol.

Verklaring Omtrent Gedrag en continue screening

Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij medewerkers van Plukkebol en de organisatie. Alle medewerkers dienen voor aanvang van hun dienstverband een Verklaring Omtrent het Gedrag te kunnen overleggen (VOG). Deze wordt alleen door Justitie afgegeven als iemand geen strafbare feiten heeft gepleegd in Nederland die in conflict zijn met de vertrouwenspositie die zij innemen. Daar de VOG slechts een momentopname is, heeft de overheid besloten dat alle medewerkers in de kinderopvang vanaf 1 maart 2013 continu worden gescreend.
Bij continue screening wordt dagelijks gekeken of mensen nieuwe strafrechtelijke gegevens op hun naam hebben staan. Indien er sprake is van een relevant strafrechtelijk gegeven, informeert Dienst Justis (onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie) de directeur/eigenaar van de kinderopvang via de GGD en gemeente hierover. De betreffende persoon zal worden gevraagd een nieuwe VOG te overleggen. Als dit niet gebeurd, mag de betrokken werknemer niet meer werken in de kinderopvang.

Signalering en externe vertrouwenspersoon

Medewerkers zijn getraind signalen te herkennen, er is voor hen een externe vertrouwenspersoon beschikbaar en een procedure bij verdenking van een collega. Signalen worden altijd serieus genomen en grondig onderzocht. Vanuit Plukkebol is er veel aandacht voor het goed functioneren van medewerkers.

Vierogenprincipe

De Commissie Gunning deed in haar rapport naar aanleiding van de Amsterdamse zedenzaak een groot aantal aanbevelingen om misbruik in de kinderopvang zoveel mogelijk te voorkomen. Een van deze aanbevelingen betreft het vierogenprincipe.

De bedoeling van het vierogenprincipe is dat kinderen tot 4 jaar zoveel mogelijk in het zicht/gehoor zijn of kunnen zijn van meer dan één volwassene. Op deze wijze wordt de kans op seksueel misbruik, maar ook andere vormen van kindermishandeling zo goed als uitgesloten. Vanaf 1 juli 2013 dienen alle kinderopvangorganisaties te voldoen aan het vierogenprincipe. Jij als ouder hebt hierbij ook een rol. Je bent immers ook in het gebouw tijdens het halen en brengen van jouw kind(eren). Wij vragen je signalen van zorg te melden bij een van onze locatiehoofden. Indien u zich belemmert voelt het locatiehoofd te benaderen, kun je je  wenden tot "Veilig Thuis". 

Meer informatie over de invulling van het vierogenprincipe vind je in het pedagogisch beleid.